Gezonde koppels

Gezonde koppels

Per 1 januari 2012 dient elke melkveehouder samen met zijn of haar dierenarts een zogenaamd 'bedrijfsgezondheidsplan' te hebben opgesteld. Dit bedrijfsgezondheidsplan is de basis voor een gezonde koppel en dient 1 keer per jaar geactualiseerd te worden. Het helpt u om uw dieren gezond te houden.

Borging
Het bedrijfsgezondheidsplan is gericht op de borging van het gezond houden van de dieren, een hoge melkkwaliteit en veilig en gemakkelijk werken. Het eerder genoemde bedrijfsbehandelplan is onderdeel van het bedrijfsgezondheidsplan.

Het is verstandig om het resultaat van je droogzetmanagement vier keer per jaar te evalueren. Hieronder vind je tips en tricks:

> Houd de volgende richtlijnen aan bij het droogzetten :

  • Alleen droogzetters bij vaarzen > 150.000 cellen op laatste MPR
  • Alleen droogzetters bij koeien  > 50.000 cellen op laatste MPR

> Enkele opmerkingen :

  • Evalueer regelmatig (4 keer per jaar) het resultaat van je droogzetmanagement. Hierbij wordt gekeken naar het genezingspercentage en de “nieuwe gevallen” na afkalven (zie MPR). Kijk terug welke koeien je hebt behandeld (of niet) en wat de resultaten zijn. Beoordeel ook de resultaten van de teatsealers.
  • Transitiemanagement is erg belangrijk voor een goede uiergezondheid. Niet alleen het rantsoen, maar kijk ook eens kritisch naar hygiëne, rust, ruimte (overbezetting), bewegingsmogelijkheden, licht, water en infectiedruk. Bespreek dit minimaal 2 keer per jaar met je dierenarts en/of veevoervoorlichter.
  • Breng de productie terug naar minder dan 10 Kg melk bij droogzetten.
  • Neem jaarlijks van minimaal 5 mastitiskoeien en 5 hoog celgetal koeien een melkmonster en laat B.O. uitvoeren om vast te stellen wat de veroorzakers zijn en waar ze gevoelig voor zijn. NB. Koe-gebonden kiemena of omgevingskiemen vergen een aparte benadering.
  • Streef naar een percentage hoog-celgetal koeien onder de 15% (houd de infectiedruk laag).
  • Beoordeel na elke MPR of er chronische hoog-celgetal koeien zijn die je beter kunt afvoeren. Hanteer hierbij criteria als: welke kiem, gevoeligheid voor AB, hoe lang te hoog, hoeveel kwartieren, LW koe en leeftijd.
  • Meet niet alleen de melkmachine door maar beoordeel minimaal 2 keer per jaar de speencondities. Let hierbij op rafels, puntbloedingen, stootranden etc. Scorekaart op praktijk verkrijgbaar.
  • Voor een goede terugkoppeling naar de droogstand is het “KOE-rs programma “ zeer geschikt. Hierbij is aandacht voor uiergezondheid, conditieverloop, vuilende koeien, stofwisselingsproblemen (melkziekte en slepende melkziekte) en vruchtbaarheid. Preventie en vroege diagnostisering zijn hierbij sleutelbegrippen!

Al vanaf een graad of 20 kan bij koeien hittestress optreden. Naast de temperatuur speelt daarbij ook luchtvochtigheid een rol (hoe hoger, hoe meer 'stress' ).

Wat is het gevaar?

Allereerst gaat een koe minder vreten terwijl de energiebehoefte juist stijgt.  Dat kost melk en veroorzaakt een dip in de gehaltes.

Daarnaast gaan koeien sneller ademen waardoor meer CO2 wordt uitgeademd. Gevolg hiervan is dat bicarbonaat wordt 'uitgewassen' uit het bloed waardoor de pens minder wordt gebufferd en er dus een grotere kans is op pensverzuring.

Handig om te weten
Dat de voeropname de wateropname volgt.

Bij 5 graden Celsius neemt een koe voor iedere kilo drogestof ca 3 liter water op. Bij 32 graden Celsius is deze verhouding tussen drogestofopname en wateropname gestegen naar 1:8.

IBR en BVD zijn de twee belangrijkste virusinfecties bij melkvee. Infecties verlopen vaak sluimerend en zonder opgemerkte specifieke verschijnselen met betrekking tot weerstand, productie en vruchtbaarheid.

De schade is echter groot en de melkveehouder anno nu accepteert GEEN aanwezigheid van IBR en BVD op zijn bedrijf.

IBR

BVD

Opfok van kalfjes en jongvee concentreert zich op de volgende punten:

  • gezond houden (weerstand <> infectiedruk)
  • groei en ontwikkeling algemeen
  • ontwikkeling van melkdrinkend tot herkauwend in het bijzonder
  • voorkomen van vervetting (vooral tweede levensjaar)

Kalfjes en jongvee

Gezonde klauwen vormen de basis voor gezonde koeien en gezonde koppels.

Op koppelniveau zijn er 2 "soorten" aandoeningen die belangrijk zijn:

  • infectieuze klauwaandoeningen
  • niet infectieuze klauwaandoeningen

Infectieuze klauwaandoeningen

Niet infectieuze klauwaandoeningen

Wormen en leverbot kunnen veel schade aanrichten onder uw vee. De laatste jaren zien we steeds vaker schade ontstaan ook bij het melkvee.

Wormen

Leverbot

Salmonella en para-TBC zijn naast allerlei vormen van uierontsteking de twee belangrijkste bacteriële infecties in de melkveehouderij.

Monitoring en bestrijding van Salmonella en paraTBC worden vanuit de zuivel aangestuurd. Deze verplichting levert u direct rendement op uw bedrijf.

Klik hier voor de Checklist Salmonella

 

Gezonde uiers betekent een laag celgetal en weinig zichtbare uierontsteking. Heerlijk werken en een goed rendement!

De basis voor gezonde uiers:

  • lage infectiedruk
  • hoge weerstand

Het belang van zowel de voeding als van de droogstand worden nog vaak onderschat. Terwijl er een overduidelijk verband is tussen voeding en gezonde koppels én droogstand en gezonde koppels.

Sterker, volgens sommigen zijn voeding en droogstand DE kritische succesfactoren voor het gezond houden van vee.

Voeding

Droogstand

Een goede vruchtbaarheid (TKT < 400 dagen) is de basis voor een efficiënte productie van uw koppel. Een nieuwmelkte koe is nu eenmaal simpelweg efficienter met haar voer dan een oudmelkte.

Elke 30 dagen winst in TKT levert aan melk gemiddeld 1 liter extra per koe per dag. Met dezelfde hoeveelheid voer. Voor een bedrijf met 100 koeien is dit een rendementsverhoging van meer dan € 10.000,- per jaar.

Een goede vruchtbaarheid betekent:

  • goed tochtig
  • vlot drachtig

Goed tochtig

Vlot drachtig