Virusinfecties en vaccineren

Myxomatose en VHS (ook wel RHD genoemd) zijn beide zeer besmettelijke en ernstig verlopende virusinfecties. Gelukkig zijn deze ziekten door vaccinatie te voorkomen.

Vaccinatie
Sinds 2012 bestaat er een vaccin, dat per dosis is verpakt en tegen beide ziekten een jaar bescherming geeft. Net als bij hond en kat kunt u een afspraak maken voor de vaccinatie van een of meer konijnen. U kunt het dier door een dierenarts laten onderzoeken voorafgaande aan de vaccinatie.

Vaccinatie met gezondheidsverklaring
Als u ervan overtuigd bent dat het dier gezond is kunt u er ook voor kiezen het dier niet te laten onderzoeken maar een gezondheidsverklaring in te vullen. De vaccinatie is dan goedkoper.
Klik hier om naar de gezondheidsverklaring te gaan. Print de verklaring uit, vul hem in en neem hem mee als u uw konijn komt laten vaccineren.
Klik hier voor informatie over de tarieven.

Myxomatose en VHS
Een konijn raakt besmet met het myxomatosevirus door direct contact met de ooguitvloeiing of wond van een ziek konijn, of via een insect dat op een ziek konijn heeft gezeten. De symptomen zijn: oogslijmvliesontsteking, sloom, niet eten, koorts, zwelling en verkleving van de oogleden, van lippen, neus en anus. Op den duur raakt het dier in coma en gaat het dood. Er is geen therapie.

 

VHS (Viraal Hemorrhagisch Syndroom) of RHD (Rabbit Haemorrhagic Disease) is een virusziekte waarbij inwendige bloedingen optreden. In alle gevallen met een fatale afloop. Konijnen met VHS krijgen last van bloederige, stinkende diarree en door het aantasten van inwendige organen verliest het konijn ook zijn eetlust. Er treedt benauwdheid en hoge koorts op, het konijn kan gaan tandenknarsen en gaan schreeuwen. In een later stadium krijgt het zieke konijn een schuimige, bloederige neusuitvloeiing. Het dier stikt uiteindelijk door optredende longbloedingen. Deze lijdensweg duurt meestal een paar dagen, maar  soms sterft het dier al na een paar uur.
Ook voor deze ziekte geen therapie.

Vanaf begin december 2015 landelijke sterfte onder konijnen door virusziekte RHD

Begin december 2015  zijn vanuit diverse delen van het land meldingen binnengekomen over acute sterfte onder konijnen. Op grond van het ziektebeeld en de gegevens die daarover beschikbaar kwamen, ontstond al snel het vermoeden dat het hier ging om een uitbraak van Rabbit Hemorrhagic Disease (RHD). Uit onderzoek is gebleken dat sprake is van een nieuwe variant van het virus, namelijk het RHD2-virus.
Van het RHD-virus zijn twee varianten bekend: het RHD1- en het RHD2-virus. Het is belangrijk te weten welke virusvariant verantwoordelijk is voor een uitbraak/sterfgeval:
•    De vaccins die op dit moment in Nederland geregistreerd zijn, bieden geen bescherming tegen RHD2 (wél tegen RHD1).
•    De tijd die verstrijkt tussen het tijdstip van besmetting en het overlijden van het konijn is bij een RHD2-infectie langer (gemiddeld 3-5 dagen) dan bij RHD1 het geval is. Het virus krijgt daardoor meer tijd om zich te verspreiden.

Symptomen
Een konijn dat geïnfecteerd is met de klassieke variant van het virus zal meestal binnen 24-48 uur sterven. Bij RHD2 bedraagt deze termijn gemiddeld 3-5 dagen. In beide gevallen zien we soms (acute) benauwdheid, koorts, bloedingen en zenuwverschijnselen vlak voordat het konijn overlijdt. Daarnaast kan bij RHD2 een meer chronisch ziektebeeld gezien worden waarbij het konijn gedurende langere periode algemeen ziek kan zijn. Vaak is er echter niets te zien aan konijnen met deze ziekte totdat ze acuut ziek worden en vrijwel meteen daarna sterven.

Aantallen en verspreiding binnen Nederland
Op basis van de huidige gegevens met betrekking tot bevestigde gevallen lijkt het RHD2-virus zich geografisch over het hele land te hebben verspreid, waarbij sterfte als gevolg van deze virusvariant in ieder geval bevestigd is onder tamme én wilde konijnen uit de volgende provincies: Gelderland, Groningen, Utrecht en Zuid-Holland.
Meer exacte gegevens over het spreidingsgebied en aantallen slachtoffers van VHD zijn niet te geven, onder andere omdat er geen centrale registratie is van sterfte onder tamme en wilde konijnen én omdat overleden konijnen niet altijd worden onderzocht. Bovendien zullen veel dode wilde konijnen niet worden opgemerkt doordat konijnen in het wild deels ondergronds leven en daar dus ook kunnen sterven.

Behandeling en vaccinatie
Er is op dit moment geen behandeling voorhanden voor konijnen die ziek zijn als gevolg van een infectie met het RHD-virus. Om te voorkomen dat een konijn ziek wordt van een besmetting met het RHD-virus, wordt geadviseerd om jaarlijks te vaccineren met een vaccin als bijvoorbeeld het Nobivac® Myxo-RHD-vaccin. Dit vaccin geeft een goede bescherming tegen myxomatose en de klassieke variant van het RHD-virus (RHD1). Het biedt echter géén bescherming tegen RHD2. In Nederland was tot voor kort nog geen vaccin tegen RHD2 beschikbaar, in tegenstelling tot sommige andere EU-landen. Daarom heeft de apotheek van de faculteit Diergeneeskunde contact gelegd met leveranciers in het buitenland. Met ingang van 4 januari 2016 distribueert de Apotheek Diergeneeskunde het vaccin onder de dierenartsen in Nederland, maar door de grote vraag naar dit product was de voorraad ook direct al op. Het vaccin is ondertussen weer in kleine voorraden leverbaar, en bij Van Stad tot Wad dierenartsen hebben we in speciale konijnen-vaccinatiespreekuren waar u een afspraak voor kunt maken. Dit vaccin moet geboosterd worden, dus het konijn moet twee maal met een tussenpoos van 6 weken gevaccineerd worden. Afspraak maken? Bel naar uw dichtstbijzijnde locatie.

Vaccinatie tegen myxomatose en RHD1 blijft nodig!
De nieuwe vaccins beschermen in de meeste gevallen alleen tegen het RHD2-virus. Om te beschermen tegen myxomatose en het RHD1-virus dienen konijnen daarom ook de reguliere inenting te ontvangen. Mocht uw konijn ook deze inenting nodig hebben, overleg dan met uw dierenarts welk schema het beste aangehouden kan worden om beide vaccinaties te geven.

Advies
Neem de volgende maatregelen om verspreiding te beperken:
•    Ruimtes waar mogelijke besmette konijnen zijn geweest dienen grondig gereinigd te worden met water en zeep en daarna gedesinfecteerd te worden.
•    Voer geen (vers) gras of groente van buiten (moestuin) aan uw konijn. Kijk ook uit met het voeren van hooi of kuilvoer waarvan u vermoedt dat wilde konijnen er bij kunnen zijn gekomen.
•    Voorkom direct contact van uw konijn met konijnen uit het wild. Als er wilde konijnen in de buurt van uw huis voorkomen kunt u overwegen om uw konijn (tijdelijk) binnen te huisvesten. Neem ook geen zieke konijnen uit het wild mee naar huis.
•    Goede (hand)hygiëne is belangrijk om verspreiding van het virus te beperken; was uw handen extra goed met water en zeep vóór en na het voeren en verzorgen van uw konijn.
•    Pas op met besmette konijnenveldjes (besmet met urine van wilde konijnen). Via uw schoeisel kan het virus verspreid worden. Houdt u uw konijnen binnen? Wissel van schoeisel bij het naar binnen gaan. Houdt u uw konijnen buiten, bijvoorbeeld in een ren in de tuin? Dan kunt u daar het beste andere schoenen dragen dan dat u op straat draagt. Laat uw konijnen in ieder geval niet in contact komen met schoeisel waarmee u over mogelijk besmet terrein heeft gelopen.
•    Aangezien stekende insecten ook een rol kunnen spelen in de verspreiding, kan een goede insectenbestrijding ook bijdragen aan vermindering van het risico.
•    Treft u dode wilde konijnen aan? Meldt deze dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) via hun website.

Voor de meest actuele informatie, zie: http://www.diergeneeskunde.nl/nieuws/2015/12/08/sterfte-onder-konijnen-d...