Info en advies

Algemeen

Als u getuige bent van een aanrijding van een hond of kat zijn angst en paniek logische eerste emoties. Er is daardoor bijna altijd de behoefte om snel te helpen en daar is in principe ook veel voor te zeggen. Maar let op het volgende:

Bij ademhalingsproblemen dient er in eerste instantie een onderscheid gemaakt te worden tussen hijgen door pijn, angst of een te hoge lichaamstemperatuur en een versnelde ademhaling doordat het dier te weinig lucht krijgt. Wanneer het dier geen lucht krijgt zal er een verhoogde inspanning zijn bij de ademhalingsbewegingen en verkeert het in acuut levensgevaar. Indien uw dier verdacht is van ademnood (dyspneu) neemt u het best direct contact op met de praktijk!

Problemen die ademnood kunnen veroorzaken kunnen zich voordoen vanaf de neuspunt tot aan de buikspieren. Daarnaast kan bijvoorbeeld ook bloedarmoede leiden tot een relatief zuurstof tekort.
Welke problemen kunnen benauwdheid geven?

De allergische reactie is afhankelijk van de stof, de diersoort en de wijze waarop het dier met de stof in aanraking komt.

In feite zou iedere stof een allergische reactie kunnen uitlokken. Veel allergische reacties worden gezien bij gifstoffen, stoffen op basis van bloed of waar bloed in verwerkt is, vaccins, voedsel en medicatie. De kans op een allergische reactie is groter als het dier reeds eerder met de stof in aanraking is gekomen.

Dit geneesmiddel is niet geregistreerd voor gebruik bij dieren. Het gebruik bij huisdieren is echter toegestaan op grond van de vrijstellingsregeling van de Diergeneesmiddelenwet.

 
Farmaceutische vorm en samenstelling: Tabletten met 0.5 mg of 0.25 mg alprazolam. 

Eigenschappen: Alprazolam behoort tot de benzodiazepines. Deze geneesmiddelen onderdrukken het zenuwstelsel. Het dier wordt rustiger, angst neemt af, spieren ontspannen en epileptische aanvallen worden onderdrukt.

Doeldieren: Er is ervaring met het gebruik van Alprazolam bij honden en katten.

Indicaties: Alprazolam  wordt gebruikt voor de behandeling van angst, opwinding, onbehandelbaarheid en kramptoestanden bij honden en katten. Omdat Alprazolam vermindering van angst geeft  is het bruikbaar bij vuurwerk en onweer. Verder wordt het bij honden toegepast bij epilepsie en bij blaasproblemen.

Waarschuwingen en contra-indicaties: Het middel mag niet langer dan enkele dagen achtereen worden geven, o.a. vanwege de zware belasting van nieren en lever. Grote voorzichtigheid is dan ook geboden bij dieren met verminderde nier- of leverfunctie en bij zwakke en oudere dieren. Terughoudendheid is tevens geboden bij dieren in coma, dieren in shock, bij dieren met ademproblemen en bij glaucoom (verhoogde oogdruk).
De veiligheid van het middel bij drachtige en zogende dieren is niet aangetoond. Bij de mens is bekend dat  benzodiazepines schadelijk kunnen zijn tijdens de zwangerschap. Ook is bekend dat benzodiazepines de placenta passeren en in de moedermelk terecht komen.
De werking van andere diergeneesmiddelen kan worden beïnvloed. In elk geval niet combineren met fenobarbital of antischimmelmiddelen.
Het middel zal niet altijd het gewenste effect geven. Ook is het mogelijk dat door bijwerkingen het middel, achteraf bezien, beter niet had kunnen worden gegeven. 

Toediening en dosering: De dosering is afhankelijk van de ernst van de aandoening en is per diersoort verschillend. Bij angst door vuurwerk of onweer gelden de volgende adviezen:
Hond: 0.02 tot 0.1 mg/kg via de bek,  2 tot 4 x per dag met een tussentijd van tenminste 4 uur. De aanvangsdosis is 0.05 mg/kg, te geven 1 uur tot 15 minuten voor het verwachte geluid of angstmoment, of (maar niet bij voorkeur) direct na waarneming van angstverschijnselen (bijvoorbeeld vluchten uit de kamer, wegkruipen, lage houding, grote pupillen, etc.). Doseer op effect. Als het dier te suf wordt, moet de aanvangsdosis worden verlaagd, bijvoorbeeld gehalveerd. Bij onvoldoende effect kan de dosering worden verhoogd tot maximaal de dubbele aanvangsdosis. Voorbeelden van startdoseringen:
Een hond van 5 kg krijgt 1 tablet van 0.25 mg, een hond van 10 kg 1 tablet van 0.5 mg, een hond van 20 kg 2 tabletten van 0.5 mg.
Meestal zijn op oudejaarsavond  2 doseringen voldoende, bijvoorbeeld om 18.00 en 22.00 uur. Een erg angstige hond zo nodig om 10.00 uur, 14.00 uur, 18.00 uur,  en 22.00 uur.
Kat: 0.125 tot 0.25 mg/kat via de bek, 1 tot 3 x per dag. Dat komt dus neer op 1/2 tot 1 tablet van 0.25 mg per keer.

Beschreven bijwerkingen:  Sloomheid, onrust, spierzwakte, overdreven aanhankelijkheid, trillen, toename van de eetlust.

Bewaarcondities: Droog, donker, bij kamertemperatuur (15-25°C), in een goed gesloten originele verpakking en buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Houdbaarheid: De uiterste houdbaarheidsdatum staat op de verpakking vermeld na de woorden ‘niet te
gebruiken na’ of na het woord ‘Exp’.

Antibiotica bij gezelschapsdieren

"Moet ik weer op consult komen?"
"Moet dat dure onderzoek per se?"
"Poes heeft weer hetzelfde, je kunt me toch gewoon een kuur geven?"
Deze vragen krijgen we regelmatig, wanneer diereigenaren 'even' een kuurtje willen komen ophalen.

Wie een ziek dier heeft, belt de dierenarts. Maar wat als het om relatief kleine dingen gaat? Dan is een klein beetje deskundige hulp best welkom, maar is het niet per se nodig om een dierenarts te consulteren. Om in die behoefte te voorzien kent Van Stad tot Wad dierenartsen het assistentenconsult.

Babesia wordt overgedragen door teken. De parasietjes nestelen zich in de rode bloedcellen. Hierdoor kunnen de rode bloedcellen als lichaamsvreemd gezien worden en vervolgens worden afgebroken waardoor uiteindelijk bloedarmoede kan optreden. Opvallende signalen hiervoor zijn bleke slijmvliezen, bloed in de urine en koorts.

Babesiose vinden we in de gebieden rond de Middellandse Zee. Teken kunnen goed geweerd worden met de Scalibor halsband of Advantix. Tevens bestaat er een vaccin (Pirodog) die voorkomt dat de parasieten zich kunnen vermenigvuldigen in de cellen. Het vaccin is echter pijnlijk om toe te dienen en redelijk prijzig. Het geeft in 70-100% van de gevallen een effectieve bescherming.
Als u toch een teek op uw hond aantreft dient u hem zo snel mogelijk zonder alcohol te verwijderen.

Braken en diarree bij honden en katten zien we in de praktijk bijna dagelijks. De ernst van deze klachten kan sterk variëren. Soms kun je afwachten, soms kun je het herstel zelf bevorderen met eenvoudige maatregelen, soms is de hulp van een dierenarts nodig en soms moet een dier met spoed onderzocht en behandeld worden.

Braken en diarree hoeven niet altijd tegelijkertijd op te treden. Er kan ook sprake zijn van alleen braken of alleen diarree. Er zijn veel besmettelijke en niet besmettelijke oorzaken mogelijk. De klachten kunnen ontstaan door problemen van het maagdarmkanaal of andere organen in de buikholte, maar ziekten buiten het maagdarmkanaal komen ook geregeld voor.
Het is niet altijd makkelijk aan te geven of en in hoeverre klachten spoedeisend zijn. Wat veel voorkomt en wat u zelf vaak kunt helpen oplossen is de situatie waarbij een volwassen hond of kat buiten iets verkeerds heeft gegeten of ander voer heeft gehad dan gebruikelijk. U neemt bijvoorbeeld dan het volgende waar:

Brandwonden kunnen veroorzaakt worden door hitte (vuur), chemicaliën, elektriciteit en straling (zon).

Beschadiging

Beschadiging van de huid is afhankelijk van de lengte en intensiteit van de blootstelling. Bij oppervlakkige brandwonden wordt enkel roodheid, milde zwelling en uittreden van vocht in de huid gezien. Soms kunnen er ook blaren gezien worden. Bij diepere brandwonden wordt de huid vaak wit en zijn de letsels zeer pijnlijk
Belangrijk bij brandwonden is het voorkomen van schade aan de diepere weefsels door te spoelen met schoon en koel water. Er moet op gelet worden dat het water niet te koud is aangezien de lichaamstemperatuur - zeker bij kleine dieren – snel kan dalen. Ook zijn dieren met brandwonden sneller geneigd in shock te raken waardoor ze nog sneller afkoelen. Dek de brandwond af met een schone en natte handdoek of nog beter met vochtig steriel gaas en neem zo snel mogelijk contact op met de praktijk!

Waarom zou u uw dier laten chippen?

Omdat u uw huisdier zo snel mogelijk weer  terug wilt vinden wanneer hij zoek raakt of wegloopt. 

Een (kokertje aan een) bandje is ook een mogelijke oplossing, maar dit kan een dier verliezen of hij kan ermee achter iets blijven haken met alle nare gevolgen van dien. En vaak zijn de telefoonnummers op bandjes na een tijdje niet meer goed leesbaar. Vroeger werden honden en sommige katten getatoeëerd in het oor. Vaak is deze tatoeage na een aantal jaren niet goed meer leesbaar. Vandaar dat chippen het beste middel is om uw dier zo snel mogelijk weer terug te krijgen.

Echografisch onderzoek bij gezelschapsdieren wordt in steeds meer praktijken voor gezelschapsdieren uitgevoerd. Meestal zijn eigenaren hierbij aanwezig. Aan de reactie merk je dan, dat men weliswaar min of meer bekend is met dit type onderzoek, maar dat het daarnaast een hoog hocuspocusgehalte heeft: Een scherm vol met vage bewegende beelden. Hoe bestaat het, dat je op grond daarvan uitspraken kunt doen over ziekte en gezondheid? Na een toelichting door de dierenarts wordt het meestal wel duidelijker. Wat is echografisch onderzoek eigenlijk en wanneer is dit onderzoek zinvol? Waarom kiezen we de ene keer voor röntgenonderzoek en de andere keer voor echo?

Gratis gebitscontrole bij hond en kat bij Van Stad tot Wad dierenartsen

Heeft u last van de stank uit de bek van uw hond of kat? Misschien is er iets aan de hand met het gebit. Gebitsproblemen komen steeds vaker voor bij hond en kat. 80% van de dieren boven de vijf jaar heeft zelfs ernstige problemen! Wat velen niet weten is dat deze problemen makkelijk te verminderen of zelfs te voorkomen zijn. Van Stad tot Wad dierenartsen vindt het haar taak om eigenaren hier bewust van te maken en te helpen. Daarom kunt u in de maand februari een afspraak bij de assistente maken voor een gratis gebitscontrole.

Honden en voornamelijk katten zijn echte carnivoren (vleeseters). Dit betekent dat het gebit aangepast moet zijn aan het vangen, doden en uiteindelijk verscheuren van hun prooi. De lange hoektanden hebben als functie de prooi te vangen en te doden. De knipkiezen achterin de bek worden gebruikt voor  het verscheuren van de de prooi.

De meeste honden en katten hoeven niet of amper meer te jagen voor hun voedsel. Vandaar dat een goede gebitsverzorging essentieel is voor een gezond gebit en tandvlees. Bij slechte voeding of verzorging van het gebit kunnen er zich een aantal problemen voordoen:

Problemen van het gebit en tandvlees kunnen voorkomen of beperkt worden door een goede gebitsverzorging. Geadviseerd wordt om hier al op jonge leeftijd mee te beginnen. Wanneer er namelijk reeds ontstekingen of andere gebitsproblemen aanwezig zijn is de mondholte pijnlijker en is het moeilijker te starten met poetsen.

Begin met uw huisdier te laten wennen aan de aanraking van de bek en de snuit. Daarbij moet hij geprezen en beloond worden. Benader het dier niet vanaf de voorkant. Stop indien er teveel weerstand geboden wordt.

Het jaarlijkse bezoek aan de dierenarts voor de herhalingsvaccinatie biedt ons de kans tot een controle van de algehele gezondheid van uw dier. Hierdoor kunnen eventuele afwijkingen vroegtijdig worden waargenomen, zodat zo nodig snel een behandeling kan worden ingezet. Daarnaast biedt de herhalingsvaccinatie u de kans vragen te stellen over uw dier. Het is dan ook verstandig bepaalde vragen op te schrijven zodat u ze op het moment zelf niet vergeten bent.

Glaucoom is een verhoogde oogboldruk. Het komt vaker voor bij honden dan bij katten. Het kan op alle leeftijden voorkomen. In het oog zit vocht, dit vocht wordt constant aangemaakt en afgevoerd. Als de vezels van de afvoer verstopt raken dan kan het vocht niet meer weg. Hierdoor ontstaat er een te hoge druk in het oog en dit heet glaucoom. De verhoogde oogdruk veroorzaakt pijn en indien het niet bijtijds behandeld wordt, kan het leiden tot blindheid. Het tijdig vaststellen van glaucoom voorkomt blijvende schade aan het oog.

Hartfalen is een ernstige aandoening die zorgt voor veel klachten zoals verminderd uithoudingsvermogen, hoesten, benauwdheid en vermageren. Hartfalen kan er zelfs toe leiden dat het leven van uw hond of kat vroegtijdig beëindigd wordt. Gelukkig kunnen we wel wat doen om hartproblemen tijdig op te sporen, het hart te ondersteunen, het leven te verlengen en het allerbelangrijkste; de klachten te verminderen!
Wil je hier meer over weten? Lees dan hieronder verder.

Dieren met een verhoogd risico op hartproblemen zijn honden van grote rassen* die ouder dan 3 jaar zijn en meer dan 20kg wegen of honden van kleine rassen/katten met een hartruis. We weten dat bij deze dieren hartproblemen (en hartfalen) relatief vaker voorkomt. Het kan zijn dat deze dieren een hartprobleem of hartfalen ontwikkelen maar wanneer en of dit gebeurt weten we niet.

Jeukklachten bij honden en katten zien we in de praktijk vrijwel dagelijks. Als bij lichamelijk onderzoek duidelijk wordt, dat de jeuk niet wordt veroorzaakt door parasieten, bacteriën of schimmels, kan het vermoeden ontstaan dat we te maken hebben met een allergie.

Drie vormen van allergieën komen het meest voor: vlooienallergie, voedselallergie en atopie.

 

In samenwerking met bijna alle dierenartspraktijken in de stad Groningen krijgt u een korting op vertoon van uw sleutelhanger met Stadjerspas-klantcode op neutralisatie en/of chippen van uw kat(ten):

- € 50,00 korting op sterilisatie van een poes;
- € 25,00 korting op castratie van een kater; 
- € 20,00 op chippen van een kat.

  • U krijgt een klantcode (=QR-code) waarmee u gebruik kunt maken van de aanbiedingen
  • Deze code is persoonlijk en is gekoppeld aan uw account
  • Uw klantcode staat op uw sleutelhanger
  • De tegoeden op uw account worden dan automatisch afgeschreven
  • Bij een korting betaalt u het verschil direct bij de kassa

 

Medical Pet Shirts zijn ontworpen voor honden, katten en konijnen ter bescherming van de huid of een operatiewond. Een groot voordeel hiervan is dat uw huisdier geen vervelende kraag/kap meer om hoeft.

Door de goede pasvorm en de dubbele stof aan de buikzijde kan het shirt toegepast worden bij huidziekten, loopsheid, schijndracht, incontinentie en uiteraard na een operatie.

Besmettingen met spoelwormen komen bij honden en katten veel voor. Ernstig ziek worden de dieren er maar zelden door. Toch is het belangrijk honden en katten regelmatig te ontwormen. Dat heeft vooral te maken met de risico’s die mensen lopen.

U wilt uw hond of kat meenemen naar het buitenland. Dat kan een goed idee zijn maar u moet er wel rekening mee houden dat veel landen eisen stellen aan de invoer van uw huisdier, bijvoorbeeld een enting tegen rabiës, eventueel inclusief een bloedtest, speciale ontwormingen en/of tekenbehandelingen of zelfs quarantaine. Engeland, Schotland, Ierland, Malta, Zweden, Noorwegen en Turkije zijn landen met speciale eisen. Informeer tijdig bij de ambassade van het land waar u naar toe of doorheen wil reizen. Of kijk op http://www.licg.nl/ in de lijst met invoereisen of vraag kom aan de balie voor meer informatie.
Als u met het vliegtuig gaat neem dan ook contact op met de luchtvaartmaatschappij waarmee u vliegt.

Direct na de operatie
1. De nazorg zal door de assistente of de dierenarts met u besproken worden bij het ophalen van uw dier. Eventuele bijzonderheden zullen met nadruk genoemd worden en op het nazorgformulier worden vermeld.
2. Kom uw dier liefst met de auto ophalen aangezien dieren na de operatie nog wat suf kunnen zijn.
3. Geef uw dier eenmaal thuis een vertrouwde plek in een rustige ruimte. Voorkom fel licht door bijvoorbeeld de gordijnen een klein beetje te sluiten. Zorg tevens voor een schone ligplaats om de operatiewond zo schoon mogelijk te houden. Konijnen en knaagdieren kan best een schoon hok gegeven worden. Liever geen zaagsel gebruiken aangezien dit scherp en irriterend kan zijn. Beter is schoon hooi of schone kranten te gebruiken.
4. Houd uw dier warm tijdens het transport en thuis. Dit kan door middel van een kruik en/of een deken.
5. Bij honden en katten moet met eten gewacht worden tot ongeveer 5 uur na de operatie. Vaak zijn dieren iets misselijk van de narcose waardoor ze bij te vroege voederopname kunnen gaan braken. Drinken van water mag wel direct na de operatie, maar zorg ervoor dat het geen grote hoeveelheden per keer zijn. Bij veel ingrepen wordt een infuus gegeven waardoor de vochthuishouding goed op peil is. Konijnen en knaagdieren moeten direct na de operatie beginnen met eten en drinken!
6. Laat de hond na de operatie kort uit aan de lijn om zijn behoefte te laten doen. Voor katten kan er best een schone kattenbak klaargezet worden.

 
 De dagen na de operatie

1. Zorg ervoor dat uw dier in een goede lichamelijke conditie is voor de operatie. Dit houdt in dat het dier recentelijk ontwormd is en vrij is van vlooien. Stel echter niet een vlooien- of wormen behandeling 24 uur voor de operatie in. Tevens zullen wij voor de operatie vragen of uw dier gevaccineerd is.

2. Voor honden geldt dat ze het beste de ochtend van de operatie kort kunnen worden uitgelaten tenzij anders aangegegeven. Tijdens de operatie kunnen dieren minder goed de urine en ontlasting ophouden hetgeen tot onhygienische situaties kan leiden. Katten kunnen het beste binnen worden gelaten zodat de ochtend van de operatie geen zoekacties ondernomen hoeven te worden.

3. Zorg ervoor dat de vacht en de huid goed schoon zijn. Indien nodig vragen wij het dier de dag voor de operatie te wassen en/of te borstelen. Dit verhoogt de hygiene tijdens de operatie en zal de kans op een wondinfectie aanzienlijk doen afnemen.

4. Voor honden en katten geldt dat ze 12 uur voor de operatie moeten vasten. Dit houdt in dat ze vanaf ongeveer 20:00 uur op de dag voor de operatie geen voedsel meer mogen krijgen. Het nuchter houden is van belang om braken tijdens de narcose te voorkomen. Dit kan gevaarlijk zijn aangezien ze kunnen stikken in hun eigen braaksel. Knaagdieren en konijnen mogen nooit nuchter gehouden voor de operatie! Deze dieren kunnen niet braken en het is gebleken dat het veel veiliger is de darmbewegingen op gang te houden.

5. Breng uw hond aangelijnd en met een goede halsband. Katten, konijnen en knaagdieren kunnen het beste in een goede kooi of bak gebracht worden.

Oververhitting bij honden komt in de zomer regelmatig voor. Ook in Nederland komen warme perioden voor waardoor lange wandelingen en opwinding al gevaarlijk kunnen zijn. Maar ook op minder warme dagen met een gematigde temperatuur van slechts 25 graden kan de temperatuur in een afgesloten auto zonder airconditioning oplopen tot ongeveer 50 graden.

Voor spoedgevallen is 24 uur per dag en 7 dagen per week een dierenarts van Van Stad tot Wad Dierenartsen bereikbaar.
Denk aan het volgende:

1. Ga nooit op goed geluk op pad, dus bel eerst uw eigen locatie.        

Diergezondheidscentrum Groningen 050 - 541 60 70    Meer informatie
Bedum 050 - 301 42 60 Meer informatie       
Loppersum 0596 - 518 222 Meer informatie
Uithuizen 0595 - 43 42 55 Meer informatie

Indien u nog geen eigen locatie heeft bel dan naar Diergezondheidscentrum Groningen.

Suikerziekte, ook wel diabetes genoemd, is een aandoening waarbij er problemen ontstaan met het reguleren van het glucosegehalte in het bloed. Bij diabetes is het glucosegehalte in het bloed verhoogd. Dit komt doordat de alvleesklier te weinig of geen insuline aanmaakt of de lichaamscellen ongevoelig worden voor de insuline. Diabetes kan ongeacht leeftijd, geslacht of ras voorkomen bij alle honden en katten maar er bestaan wel bepaalde risicogroepen.

Teken houden zich meestal schuil in hoog gras, struikgewas, bossen en duinen. Ze gaan extreem zuinig met hun energie om en kunnen daarom meer dan een jaar zonder voedsel. Wanneer de teek lichaamswarmte van dier of mens signaleert komt deze in actie en laat zich op de gastheer vallen. Vervolgens  kruipt de teek enkele minuten rond op zoek naar een plek om zich vast te zuigen. De teek nestelt zich vervolgens op een zacht, vochtig en warm plekje, bij voorkeur in huidplooien zoals bij oren, ogen, lippen, nek, hals, liezen, oksels en tussen de tenen. Bij het nestelen boort de teek met de monddelen door de huid en brengt daarbij speeksel in de huid van de gastheer. Dit speeksel bevat een verdovende stof die de bloedstolling tegengaat. Hierbij kunnen ziekteverwekkers overgebracht worden.

Vanaf begin december zijn de knallen die het nieuwe jaar moeten inluiden alweer te horen. Voor veel mensen een periode van gezelligheid. Voor veel honden en katten is deze periode geen feest maar een periode van stress en angst.

De hond

Veel eigenaren van oudere honden kennen het beeld: Na een nacht slapen gaat het opstaan maar moeizaam. Met stijve poten, en soms zelfs een beetje hinkend, worden de eerste stappen gezet . Vooral na het weekend, als er weer eens tijd was voor een lekkere lange wandeling. Tja, hij wordt een dagje ouder, logisch toch? In de auto springen en lekker voluit rondrennen in het park of het bos doet hij ook niet meer.

Castratie van de reu wordt meestal uitgevoerd om gedragsredenen en in mindere mate om  medische redenen. 
Castratie van de reu houdt in dat de complete teelbal wordt weggenomen. Deze wordt  verwijderd via een snede net voor het scrotum. 
Bij grote hondenrassen adviseren wij pas vanaf 1 jarige leeftijd te castreren. Bij te vroege  castratie kunnen problemen in de ontwikkeling van het bewegingsapparaat gezien worden omdat deze honden langer doorgroeien. Te vroeg gecastreerde reuen zouden een verhoogde  kans hebben op het ontstaan van bijvoorbeeld heupdysplasie, maar ook bottumoren op latere  leeftijd. Tevens worden te vroeg gecastreerde honden sneller te dik en kan er een onderontwikkeling van het geslachtsapparaat plaatsvinden.

Van Stad tot Wad Dierenartsen biedt de mogelijkheid uw hond te laten steriliseren via een "kijk"-operatie. Met behulp van geavanceerde apparatuur worden via twee kleine wondjes de eierstokken verwijderd.

Bij de teef wordt vaak het woord sterilisatie gebruikt. Dit is echter foutief aangezien dit  betekent dat enkel de eileider wordt afgebonden. In de praktijk wordt de gehele eierstok (ovarium) weggenomen waardoor castratie de juiste benaming is.
Bij de ingreep worden standaard enkel de eierstokken verwijderd waarbij we spreken over  ovariectomie. Bij oudere dieren of bij een afwijkende baarmoeder halen we naast de eierstokken  ook de baarmoeder weg. Hierbij spreken we van een ovariohysterectomie.

Na de aanschaf van uw jonge hond komt er in korte tijd veel op u af. Wij zetten de hoofdpunten graag voor u op een rij. Over elk onderwerp valt natuurlijk veel meer te vertellen. Ook bestaat er uitgebreidere informatie op papier over diverse onderwerpen. Aarzel dus niet om bij vragen contact met ons op te nemen.

Algemeen
Het is gebruikelijk, dat een jonge hond op de leeftijd van ongeveer acht weken naar de nieuwe eigenaar gaat. U ontvangt bij uw hond een dierenpaspoort. Hierin staan de gegevens van de hond, de resultaten van het eerder uitgevoerde gezondheidsonderzoek, het chipnummer en de entingen genoteerd.

Gezondheidscontrole
Als u met uw nieuwe hond voor het eerst in onze praktijk komt, vindt een lichamelijk onderzoek plaats. Hoewel we niet alles kunnen vaststellen, kunt u ervan uitgaan dat na zo'n onderzoek als regel duidelijk is of u een gezonde en goed verzorgde hond in bezit hebt.

Of u nu een nieuwe pup heeft of een oudere hond, iedere hond kan leren. Bij Hondenschool Groningen staat de band tussen u en uw hond centraal, samen leuke dingen doen en nieuwe dingen leren, dus niet alleen uw hond maar ook u leert.

Pups worden als regel op de leeftijd van zes weken, dus nog in het nest, onderzocht door een dierenarts en gevaccineerd. Op de leeftijd van negen weken en twaalf weken – het dier is dan bij de nieuwe eigenaar – wordt het dier nogmaals door een dierenarts onderzocht en gevaccineerd. Meestal is de daaropvolgende vaccinatie pas een jaar later. De hond is dan inmiddels nagenoeg volwassen. Eigenlijk is het vreemd dat in de tussenliggende tijd geen gezondheidscontrole plaatsvindt, want het dier maakt een enorme ontwikkeling door, zowel lichamelijk als geestelijk. Gelukkig gaat die ontwikkeling dikwijls goed, maar nu en dan ook niet.

Wat veroorzaakt kennelhoest?
Van meer dan één virus is bekend dat het luchtwegontstekingen kan veroorzaken of de hond gevoeliger kan maken voor de belangrijkste bacterie die bij kennelhoest een rol speelt. De meest voorkomende verwekkers van kennelhoest zijn een Para-Influenzavirus en Bordetella bronchiseptica bacterie.
Verminderde weerstand, stress, veel blaffen of een hogere infectiedruk (veel honden bij elkaar waarvan meerdere de aandoening hebben) verhogen de kans op verspreiding en aanslaan van de infectie. De naam kennelhoest is dan ook ontstaan doordat de ziekte zich vooral laat zien op plaatsen waar veel honden dicht bij elkaar leven, zoals bijvoorbeeld in een pension het geval is. Ook kan de infectie op straat en bijvoorbeeld op het trainingsveld van hond tot hond worden doorgegeven. De ziekte wordt verspreid door deeltjes die bij het hoesten worden rond gesproeid en door opgegeven slijm. Een hoestende hond moet dus bij andere honden vandaan gehouden worden om verspreiding te voorkomen. Houd er rekening mee dat besmetting ook via mensenhanden of kleding kan plaats vinden. Ga er altijd van uit dat de infectiekans zeker blijft bestaan zolang de hond hoest.

Terwijl de meeste paddenstoelen weinig tot geen kwaad kunnen voor de gezondheid na inname geldt voor een aantal dat ze dodelijke gevolgen kunnen hebben. Gezien de grote diversiteit en het lastige onderscheid tussen de verschillende soorten adviseren wij iedere inname van paddenstoelen als potentieel gevaarlijk te zien en dus direct contact op te nemen met de praktijk!

Merkt u het al: De dagen worden korter, buiten wordt het kouder en voor je het weet is het al weer winter. Vorig jaar hebben we een flink pak sneeuw gehad en ook dit jaar is de kans erg groot dat we een witte winter krijgen.Veel honden vinden sneeuw geweldig. Op een mooie winterdag is het dan ook erg verleidelijk om met uw enthousiaste viervoeter een lange wandeling te maken. Tijdens zo'n wandeling moet u echter wel op een aantal dingen letten.

Het is belangrijk om je dier zoveel mogelijk te beschermen tegen ziektes. Dit doen we tijdens de jaarlijkse vaccinatie. Vaccineren houdt in dat we een kleine en ongevaarlijke hoeveelheid van een ziektekiem injecteren in het dier. Als gevolg hiervan maakt het afweersysteem van je dier afweerstoffen tegen deze ziektekiem aan en is je dier beschermd tegen deze ziektekiem.

Vaccineren
Wat er na vaccinatie gebeurt lijkt op wat er gebeurt na het doormaken van een ziekte. Als een hond bijvoorbeeld hondenziekte doormaakt en daarvan herstelt, zal het dier gedurende een bepaalde periode beschermd zijn tegen hondenziekte. Dit wordt veroorzaakt doordat de hond weerstand (immuniteit) tegen hondenziekte heeft opgebouwd. De opgebouwde weerstand maakt het hondenziekte virus bij een volgende besmetting onwerkzaam, waardoor de hond gezond blijft. Helaas gaat het doormaken van een ziekte meestal gepaard met ernstige ziekteverschijnselen.
Als een dier wordt gevaccineerd, zal het afweersysteem van het dier daarop reageren door afweerstoffen te maken tegen de ziekte waartegen is gevaccineerd. Het gevolg is dat het dier gedurende een bepaalde periode is beschermd. Omdat het vaccin (verzwakte) levende of gedode ziekteverwekkers bevat zal het dier na vaccinatie niet ziek worden.

Vooral in de zomer is het erg belangrijk om de vacht van je hond in goede conditie te houden. De vacht werkt isolerend tegen de hitte, net zoals het in de winter isoleert tegen kou. Niet het haar zelf, maar de luchtlaag die wordt vastgehouden in de vacht geeft de isolerende werking. Hierdoor kan je hond zijn temperatuur constant houden, ook als het erg warm is buiten.
Als de vacht vol met klitten of vuil zit, dan werkt deze isolerende laag niet en zal je hond het in de zomer erg warm krijgen.

Wat is de ziekte van Cushing?
De ziekte van Cushing komt voor bij honden met een verhoogd gehalte van het hormoon cortisol in het bloed. Gewoonlijk wordt cortisol door het lichaam aangemaakt in stresssituaties om het lichaam voor te bereiden op een actie (vluchten of vechten). Bij honden met de ziekte van Cushing is het gehalte aan het hormoon cortisol in het bloed extreem hoog, en als dit onbehandeld blijft, wordt de hond steeds zwakker, en zal ten slotte aan de aandoening overlijden.

De kat

Katers worden geslachtsrijp op een gemiddelde leeftijd van 6 tot 8 maanden. Vanaf die leeftijd gaan ze ook het 'mannelijk' gedrag vertonen. Ons advies is de kater op een leeftijd van 6 maanden te laten castreren. Niet eerder om ervoor te zorgen dat hij lichamelijk voldoende is uitgegroeid. Ook niet veel later om te voorkomen dat sproeien een gedragsprobleem wordt hetgeen niet te verhelpen is met castratie.

Bij de poes wordt vaak het woord sterilisatie gebruikt. Dit is echter foutief aangezien dit betekent dat enkel de eileider wordt afgebonden. In de praktijk wordt de gehele eierstok (ovarium) weggenomen waardoor castratie de juiste benaming is. 
Bij de ingreep worden standaard enkel de eierstokken verwijderd waarbij we spreken over ovariectomie. Bij een afwijkende baarmoeder halen we naast de eierstokken ook de baarmoeder weg. Hierbij spreken we van een ovariohysterectomie.

De komst van een jonge kat is meestal een feestelijke gebeurtenis. U wilt voor uw nieuwe huisgenoot zo goed mogelijk zorgen en daarom hebben we een paar belangrijke zaken op een rij gezet. Hebt u hierna nog vragen? Bel gerust.  

Algemeen
Een kitten komt meestal rond de acht weken bij de nieuwe eigenaar. Het dier is dan nog niet ingeënt. Soms is het wel ontwormd, maar vaak ook niet. Neem een aantal dagen de tijd om het dier te laten wennen aan de nieuwe omgeving. Nu en dan contact is goed maar geregeld met rust laten is ook belangrijk. Soms is het beter om het dier eerst aan een beperkte ruimte te laten wennen, bijvoorbeeld een kamer en een keuken, of een benedenverdieping, en daar ook eten te geven en een kattenbak neer te zetten. Een jonge kat is van nature al (bijna) zindelijk.Katten doen hun behoefte het liefst in een schone kattenbak. Een schone bak en een beperkte ruimte helpen om de kans op ongelukjes beperkt te houden.

Afsluiting van de plasbuis bij de kater wordt vaak gekenmerkt door het vaak naar de bak gaan zonder dat er urine uitkomt. Daarnaast heeft de kat vaak erge pijn.
Indien u uw kat hiervan verdenkt neemt u dan direct contact op aangezien dit een spoedgeval betreft!

Wat er na vaccinatie gebeurt lijkt op wat er gebeurt na het doormaken van een ziekte. Als een hond bijvoorbeeld hondenziekte doormaakt en daarvan herstelt, zal het dier gedurende een bepaalde periode beschermd zijn tegen hondenziekte. Dit wordt veroorzaakt doordat de hond weerstand (immuniteit) tegen hondenziekte heeft opgebouwd. De opgebouwde weerstand maakt het hondenziekte virus bij een volgende besmetting onwerkzaam, waardoor de hond gezond blijft. Helaas gaat het doormaken van een ziekte meestal gepaard met ernstige ziekteverschijnselen.
Als een dier wordt gevaccineerd, zal het afweersysteem van het dier daarop reageren door afweerstoffen te maken tegen de ziekte waartegen is gevaccineerd. Het gevolg is dat het dier gedurende een bepaalde periode is beschermd. Omdat het vaccin (verzwakte) levende of gedode ziekteverwekkers bevat zal het dier na vaccinatie niet ziek worden.

Konijn en knaagdier

Mannelijke konijnen worden geslachtsrijp op een leeftijd van ongeveer 4 maanden. Wij adviseren castratie vanaf een leeftijd van 5 maanden

Afhankelijk van de behandelend dierenarts vindt castratie plaats via een sneetje in het scrotum (balzak) of in de huid net voor het scrotum.

Bij de voedster wordt vaak het woord sterilisatie gebruikt. Dit is echter foutief aangezien dit betekent dat enkel de eileider wordt afgebonden. In de praktijk wordt de gehele eierstok (ovarium) weggenomen waardoor castratie de juiste benaming is.
Bij de ingreep wordt naast de eierstokken ook de baarmoeder weggehaald. Hierbij spreken we van een ovariohysterectomie. Dit gebeurt met het oog op het verhoogd risico op het ontstaan van baarmoederproblemen bij konijnen vergeleken bij andere diersoorten.

Vrouwelijke konijnen worden vruchtbaar rond de leeftijd van 4 maanden. Wij adviseren castratie vanaf een leeftijd van 6 maanden.

Konijnen hebben zes snijtanden, vier in de bovenkaak (twee grote en daarachter twee kleine stifttandjes) en twee in de onderkaak. Achter de snijtanden zitten de kiezen. De gebitselementen van konijnen blijven groeien (bijv. net als nagels). Dat de tanden en kiezen niet steeds langer en langer worden komt door het afslijten van de elementen door de kiezen en tanden aan de boven en onderkaak. Op deze manier ontstaat er een evenwicht tussen aangroei en afslijten van de gebitselementen, zodat een konijn een natuurlijk en goed functionerend gebit houdt. Bij sommige konijnen sluiten de elementen van de boven en onderkaak niet goed op elkaar aan en op deze wijze kan het probleem van doorgegroeide tanden en kiezen ontstaan. Geregeld worden bij ons konijnen aangeboden met scheef groeiende snijtanden. Vaak groeien daarbij de ondertanden naar buiten en de boventanden groeien de mondholte in. Dit probleem kan tot allerlei klachten leiden zoals slecht eten, een natte kin, vermagering en diarree. 

Myxomatose en VHS (ook wel RHD genoemd) zijn beide zeer besmettelijke en ernstig verlopende virusinfecties. Gelukkig zijn deze ziekten door vaccinatie te voorkomen.

Vaccinatie
Sinds 2012 bestaat er een vaccin, dat per dosis is verpakt en tegen beide ziekten een jaar bescherming geeft. Net als bij hond en kat kunt u een afspraak maken voor de vaccinatie van een of meer konijnen. U kunt het dier door een dierenarts laten onderzoeken voorafgaande aan de vaccinatie.

Een belangrijke oorzaak van scheef groeiende tanden en kiezen is de voeding. De ontwikkeling van de kiezen en de kaken kan afwijkend verlopen, waardoor de tanden en kiezen scheef ten opzichte van elkaar komen te staan, wanneer het konijn met zijn voeding onvoldoende (of in de niet correcte verhoudingen) vitamines en mineralen opneemt. Daarnaast is verkeerde voeding vaak de oorzaak van maagdarmklachten waardoor diarree kan ontstaan. De diarree plakt vaak aan de achterkant van het konijn waardoor ze makkelijk ten prooi kunnen vallen aan vliegenlarven (myiasis).