Dierendokters Blog

Augustus 2017 "Pup!"

Hij of zij kost geld, moet naar school, en je moet ook maar afwachten wat voor karaktertje je in huis hebt. En nu heb ik het niet over kinderen..  maar over pups!

Gezinslid
Het is zo leuk, een nieuwe pup, dat je soms zou vergeten dat je er een volwaardig gezinslid bij hebt. Eentje die gewoon mee gaat in de gezinsplanning. Je pup moet ook naar de dokter, naar school, tanden poetsen én opgevoed worden. En je moet zorgen voor voedsel, onderdak en het beestje uitlaten. Dat is nogal wat om rekening mee te houden.

Advies
Mocht je hier graag advies over inwinnen, bij wie kun je dat terecht? Nou, bij je dierenarts! Zelfs vóórdat de pup is uitgekozen. Want om te weten of een bepaald hondenras bij je past, is een deskundig advies meer dan welkom. En dan ben je bij je dierenarts op de juiste plek. Je pup is immers het beste af in een gezin dat bij zijn of haar karakter en eigenschappen past. Ik heb het wel eens meegemaakt, een pup die tè éénkennig of tè druk was. En dan herplaatst moest worden. Dat was geen fijne ervaring.

Ontzorgen
Is de pup eenmaal uitgekozen en aangeschaft, dan kan de dierenarts je ook voor een groot deel ontzorgen. Tegenwoordig zelfs via een speciaal abonnement. Voor een vast bedrag per maand, word je door je dierenarts (de assistente dus) herinnerd aan alle controles en behandelingen die je pup nodig heeft. Het bestrijden van wormen, vlooien en teken bijvoorbeeld. Bovendien geven we advies over de ontwikkeling, zoals het verloop van de groei en het wisselen van het gebit.

Er zijn zóveel vragen te beantwoorden, dat onze assistentes zich hierin hebben gespecialiseerd. Zij nemen speciaal de tijd voor je pup en kijken bijvoorbeeld ook naar het gedrag. Wanneer is het tijd voor de hondenschool? En wat zijn de voor- en nadelen van castreren? En hoe zit het met spelen?

Schroom dus niet om je dierenarts en de assistente het hemd van het lijf te vragen. Je pup is je dankbaar!

Juli 2017 "Verhip, geen chip!'

Eén van de leukste dingen aan mijn werk is dat ik ongegeneerd kan knuffelen met je nieuwe pup, schattige kitten of wollige lamprei (nooit van gehoord? een baby konijn!). Ik onderzoek natuurlijk ook of het beestje gezond is, geef het een vaccinatie en in de meeste gevallen, een chip.

Het lijkt zielig, zo’n chip in een klein beestje plaatsen. Maar dat valt mee, bij jonge dieren doet het minder pijn dan bij een volwassen dier. Toch kom ik nog regelmatig huisdieren tegen die niet zijn gechipt. En dat is zó jammer! Niet alleen vanwege de pijn hoor, chippen is gewoon heel erg belangrijk.

Weggelopen
Huisdieren ontsnappen nogal eens, of hebben gewoon even zin in een uitje. Even weg van huis. Soms vinden ze de weg dan niet meer terug. Of nog vervelender: ze worden aangereden of raken op een andere manier gewond. Of overlijden. Vaak worden ze gevonden door de Dierenambulance. Als het dier leeft, wordt het naar de dierenarts gebracht. Wij kijken dan eerst of het dier is gechipt. Zo ja, dan kunnen we in het register de eigenaar opzoeken en weer in contact brengen met het dier.

Zonde!
Heeft het dier geen chip, dan is herenigen met de eigenaar lastig. Vaak proberen we wel 24 of 48 uur te wachten tot iemand zich meldt. Maar soms kan de behandeling niet worden uitgesteld en moeten we actie ondernemen. Zonde voor jou als eigenaar, dat je dan niet kunt mee beslissen over de behandeling. Wist je dat je ook lid kunt worden van de Dierenambulance? Dan steun je ze en krijg je korting op de rit.

Verhuizen
Sinds 2013 moeten pups bij de fokker al gechipt worden. Schaf je een pup aan, wees dan wijs en vraag de fokker om het registratiebewijs. Dat scheelt je een hoop gedoe en bovendien voorkom je illegale handel in honden. Vergeet daarna niet om de registratie op je eigen naam te zetten, wanneer de kleine dondersteen is verhuisd naar jou thuis.

Voor katten en konijnen is er geen verplichting, maar adviseer ik het chippen wel. Er bestaan zelfs kattenluikjes die alleen open gaan voor jouw gechipte kat. Erg handig om ongewenste tafelgasten buiten de deur te houden!

En ga je zelf verhuizen? Pas het adres in de registratie dan aan. Wel zo handig. En wat dat ingenieuze kattenluikje betreft: dan neem je de deur gewoon mee naar je nieuwe huis!

 

Juni 2017 "25 jaar in het vak"

Al 25 jaar is ze assistente in onze praktijk. Dan maak je heel wat mee. Zoals die keer dat er een man met zijn zoontje langs kwam met een zieke hamster. De hamster had een groot gezwel en kon niet meer geholpen worden. Erg sneu, vooral voor het zoontje, dachten wij. En voorzichtig deden we ons verhaal over het inslapen. Tot onze grote verbazing was het de vader die in tranen uitbarstte, en het zoontje dat zei: “maar papa, we kopen toch gewoon een nieuwe”? Dit is één van de vele anekdotes die blijven hangen, na zo’n lange tijd werken in de praktijk. In 25 jaar raak je gehecht aan die baasjes en hun dieren. De hele levensgeschiedenis van het dier is bekend. Vroeger in de kaartenbak, tegenwoordig in de computer.

Ze kwam bij ons als vrijwilliger, na de vraag of ze een middagje wilde mee helpen. Dit beviel zo goed, dat dit al snel meer werd. In de avonden was er ook een open spreekuur en dan was extra hulp meer dan welkom. En na een paar jaar was dit iedere avond.

Het sociale leven schoot erbij in. En was er ’s avonds nog een privé afspraak, dan maar hopen op niet teveel uitloop van het spreekuur. En natúúrlijk was het dan heel erg druk, en was je pas om half 10 de deur uit.  

Tegenwoordig doen we alles op afspraak en werken we met meerdere assistentes en dierenartsen tegelijk. Totaal anders dan 25 jaar geleden, maar er blijft één ding hetzelfde. De dieren en de baasjes. Van beide kent zij de levensgeschiedenis. Puppy’s die verwelkomd worden in een gezin, groeien uit tot volwassen hond en worden ook oudjes. En als oudere mensen besluiten om na het verlies van hun geliefde huisdier, geen nieuw huisdier aan te schaffen, dan begrijpt ze waarom. En als mens, leeft ze met deze baasjes mee. En met alle andere diereigenaren!
Dankjewel, Gerda!

Mei 2017  "Zul je net zien"

Het is maandagavond en ik heb spoeddienst. Rond 21:00 uur word ik gebeld door een verontrust baasje. De kat van dit baasje (een poes, in dit geval) gaat steeds vaker op de bak, maar plast niet. En sinds de avond lijkt het wel of ze hard probeert te persen, maar urine blijft uit.
Ik adviseer de eigenaar meteen naar de praktijk te komen. De symptomen lijken sterk op een blaasontsteking, maar ik kan aan de telefoon niet uitsluiten dat het om een verstopping gaat. En als dat zo is, is er haast bij.

Wanneer de eigenaar op de praktijk komt met de poes, is de situatie nog steeds hetzelfde. Ik onderzoek haar en voel de volle blaas, ter grootte van een halve mandarijn.

Ook al wijzen de symptomen sterk op een blaasontsteking, ons protocol zegt altijd rekening te houden met een verstopte urinebuis. Bij katers komt dit erg veel voor, bij poezen vrijwel nooit. Ik heb dit in ieder geval nog nooit meegemaakt. En gelukkig maar, want het katheteriseren van een poes is een lastig werkje.

Ik maak eerst een echo van de blaas, om te kijken of er stenen in de blaas aanwezig zijn. Ik kan echter geen stenen ontdekken. Dan besluit ik om een röntgenfoto te maken, om verstopping van de plasbuis uit te kunnen sluiten. Nog voordat ik goed en wel zover ben om de foto te nemen, doet de poes een plas. En wat schetst mijn verbazing? Er ligt een blaassteen op de mat!

Prompt voelt ze zich stukken beter. Dat lucht vast op!

Ik geef haar een ontstekingsremmer mee voor de komende 10 dagen en stuur de steen op naar het lab. Benieuwd wat daar uit komt. Het blijkt een ‘echte’ blaassteen te zijn: Calciumoxalaat. De poes krijgt voortaan speciaal voer dat het vormen van deze stenen voorkomt.

Een bijzondere avond! Benieuwd of ik nog wordt gebeld vanavond.

 

April 2017  “Dat komt door de kikkers”

Als dierenarts krijg ik de meest bijzondere verhalen te horen. Baasjes vertellen me maar al te graag hoe slim en grappig hun huisdier is. Of hoe schattig. Maar soms.. neem ik een verhaal met een korreltje zout. Zoals deze over de magere kat: “dat komt door de kikkers!” Hoe zit dat?
We zien over het algemeen dat katten in de zomer magerder zijn dan in de winter. Dat komt doordat katten in de zomer meer buiten zijn. Ze zijn dan actiever en eten meer prooidieren. Je zou kunnen zeggen dat ze dan meer in hun natuurlijke habitat zijn; een kat zoals een kat bedoeld is. Miauw!

Maar waarom vermageren ze dan?

Hoe meer prooidieren er in de zomer worden gegeten, hoe minder energierijke brokken katten eten. Daar hebben we oorzaak één. Maar er zijn er meer! Een worminfectie bijvoorbeeld, als gevolg van het eten van al die prooien. Door een worminfectie vallen katten af. En is er ook nog sprake van vlooien, dan krijgt je kat er waarschijnlijk ook nog een lintworminfectie bij. De vlo is namelijk gastheer van de lintworm..

Maar ja, hoe zit het met die kikkers? Nou, katten jagen gewoon heel graag op ze in de zomer. En waarom? Kikkers vluchten explosief. Daar houdt een kat van!
Oh ja; zie je je kat steeds magerder worden, let dan wel op. Soms is er sprake van extreme vermagering en kan er ook iets anders aan de hand zijn. Een schildklieraandoening bijvoorbeeld, of suikerziekte, nierproblemen of gebitsproblemen.

Geef dus niet altijd de kikkers de schuld!